Kinderen met en zonder beperking ontmoeten elkaar te weinig op school

Kinderen met en zonder beperking ontmoeten elkaar te weinig op school

Deze maand is het rapport ‘Lang niet Toegankelijk’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) uitgekomen. Het is vijf jaar gelden dat het VN-Mensenrechtenverdrag Handicap in Nederland in werking is getreden. Het SCP ondervroeg mensen met een beperking naar hun ervaringen over de toegankelijkheid van Nederland. Onderwijs komt hierbij ook aan bod.

Ontmoetingen op school

Uit de interviews blijkt dat mensen met een beperking regelmatig te maken krijgen met onbegrip en ongemak. Het is een bekende veronderstelling dat vooroordelen en onbegrip ontstaan wanneer men niet met elkaar in aanraking komt en dat contact hiervoor de oplossing kan zijn. De Wet Passend Onderwijs heeft tot doel om dit contact tussen kinderen in het speciaal en regulier onderwijs te bevorderen door meer leerlingen in het regulier onderwijs mee te laten draaien. Helaas is het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs nog niet afgenomen.

Gescheidenheid in het onderwijs

Nog 70.000 kinderen volgen apart onderwijs en ontmoeten zo geen kinderen zonder een beperking. Hierdoor kunnen kinderen met en zonder een beperking niet vertrouwd met elkaar raken, zo stelt het onderzoek van SCP. Het onderzoek concludeert dat vooral kinderen met een verstandelijke beperking door de gescheidenheid van het onderwijs geraakt worden. Om die gescheidenheid aan te pakken oppert het SCP een aantal manieren voor kinderen om elkaar te ontmoeten, zoals projecten op school, inclusieve speeltuinen of grotere zichtbaarheid van mensen met een beperking in media.

Drempels in het onderwijs

Eén van de respondenten vertelde dat ze haar studie niet kon halen, omdat ze niet in staat was het benodigd aantal uren stage te halen. De school hield geen rekening met haar omstandigheden. Een andere respondent vertelt een soortgelijk verhaal. Ze heeft een auditieve beperking. Op de basisschool kreeg ze nog de juiste begeleiding, maar daarna moest ze naar een reguliere middelbare school. Daar voelde ze zich buitengesloten, omdat er geen rekening met haar werd gehouden. Uiteindelijk vond ze in haar studie wel aansluiting bij horende medestudenten, omdat het leren van gebarentaal onderdeel van de studie was.

Lees het hele rapport 'Lang niet toegankelijk'.