Lettergrootte - +
Contrast - +

Laat kinderen weer samen naar school gaan

Op 14 juni zal hoogleraar opvoedkunde Jo Hermanns de master zijn van onze vijfde masterclass over inclusief onderwijs. Volgens hem zijn alle kinderen, met en zonder beperking, beter af als zij gezamenlijk naar één school gaan. In het vakblad Didactief legt hij uit waarom.

Divers

De groep van kinderen en jongeren met een beperking is groot en erg divers. Denk bij een beperking aan blinde en dove kinderen, kinderen met een motorische beperking, maar ook aan kinderen met een psychische beperking of gedragsproblemen. In het Nederlandse onderwijs doen ze erg hun best om kinderen met een lichamelijke beperking een zo goed mogelijk toekomstperspectief te bieden zodat ze zo goed mogelijk meekomen in de samenleving en de huidige maatschappij. Helaas worden kinderen met psychische en/of gedragsproblemen heel anders bekeken. Vaak komen zij terecht in een traject dat erop gericht is hen ‘beter’ te maken, in plaats van hen te laten participeren in onze maatschappij.

Isolement

Er worden tegenwoordig erg snel etiketjes geplakt op kinderen met een probleem. Zij komen daardoor terecht bij jeugdzorg of GGZ en worden vaak naar het speciaal onderwijs gestuurd. Dit is niet omdat men geen andere uitweg weet, maar uit zorgzaamheid, om problemen in de toekomst te voorkomen. Maar als deze kinderen hier eenmaal beland zijn komen ze hier maar moeilijk uit. Ze raken gemakkelijk in een maatschappelijk isolement, zo zegt emeritus hoogleraar Jo Hermanns in het interview voor Didactief. Dit isolement ontstaat doordat kinderen niet met hun buurtgenootjes naar school gaan. Waardoor ze minder vriendjes in de buurt hebben en niet meer buitenspelen of naar een verjaardagsfeestje gaan.

Weer samen naar school

Een aantal jaar geleden waren er mooie plannen om kinderen samen naar school te laten gaan. Dit moest gebeuren door het rugzakjessysteem. Helaas verliep dit niet helemaal zoals gepland en zitten er nog steeds heel veel kinderen op speciaal, in plaats van regulier onderwijs. Met de wet passend onderwijs breekt een nieuw tijdperk aan om meer inclusie in het Nederlandse onderwijs mogelijk te maken. Maar is dit genoeg? Jo Hermanns gaat voor inclusief onderwijs. In de nieuwe wet staat niets over het feit dat we willen dat kinderen zoveel mogelijk naar regulier onderwijs gaan om zich daar, samen met gezonde leeftijdsgenootjes, verder te ontwikkelen. Geef ze daar de extra zorg of ondersteuning die ze nodig hebben in plaats van op speciaal onderwijs. Uit onderzoek blijkt dat kinderen het veel beter doen in het reguliere onderwijs.

Andere houding

Scholen hebben hier hulp bij nodig. Voor de groep kinderen in de jeugdzorg en GGZ wordt jaarlijks 3,5 miljard euro uitgegeven. Als je dit bedrag besteed aan inclusief onderwijs, met goede opleidingen voor leerkrachten en het inzetten van extra leerkrachten en hulpverleners, maken we de samenwerking tussen speciaal en regulier onderwijs sterker. En kunnen deze kinderen onderwijs volgen op een reguliere school, samen met leeftijdsgenoten, in de eigen omgeving.
Deze verandering vraagt een heel andere houding van scholen. Maar ook van leerkrachten, ouders en de andere leerlingen. Vooral voor deze laatste groep is het erg goed als er leerlingen met een beperking bij hen in de klas zitten. Zo leren ze omgaan met verschillen en rekening te houden met elkaar. Een veel voorkomend vooroordeel is dat ouders denken dat de prestaties van hun kind achteruit gaan als een kind met een beperking bij hen in de klas komt. Maar niets is minder waar. Schoolprestaties lijden er niet onder. Kinderen ontwikkelen zich zelfs beter.

Kennismaken met hoogleraar Jo Hermanns? Kom dan op 14 juni naar onze vijfde masterclass over inclusief onderwijs op basisschool IKC Sint Michaël in Harlingen.