Oordeel College voor de Rechten van de Mens over toegankelijkheid schoolgebouw

Oordeel College voor de Rechten van de Mens over toegankelijkheid schoolgebouw

Het College voor de Rechten van de Mens (hierna: het College) spreekt zich in een tweetal brieven aan de overheid uit over het belang van fysiek toegankelijke schoolgebouwen in het primair en voortgezet onderwijs om inclusief onderwijs te realiseren. Het College verwijst hierbij naar een oordeel dat zij eerder deze maand uitbracht. Dit oordeel volgde op een klacht die het College ontving van ouders van een leerling van het Michaël College te Breda.

ONTOEGANKELIJKE SCHOOL

De klacht betreft een leerling die vanwege haar rolstoel niet zelfstandig de toegangsdeur van het schoolgebouw kan openen. De school van de leerling zit in een gebouw met drie andere scholen. De ouders vroegen op de eerste schooldag in augustus 2017 aan de school om doeltreffende aanpassingen te treffen. Uiteindelijk duurt het twee jaar totdat de school in december 2019 stappen onderneemt. Er wordt een elektrische bediening aan de toegangsdeur van het schoolgebouw aangebracht. Hoewel de leerling sindsdien wel het gebouw zelfstandig kan betreden, kan het zijn dat de branddeuren die de verschillende scholen scheiden dicht zitten. In dit geval kan de leerling alsnog niet zelfstandig bij het gedeelte in het gebouw komen waar haar school zit.

DOELTREFFENDE AANPASSING

Het College heeft de klacht getoetst aan de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ). In die wet staat dat scholen verplicht zijn om in individuele situaties te zorgen dat een leerling onderwijs kan volgen. Dit moet door middel van een doeltreffende aanpassing worden gedaan binnen een redelijk termijn. De aanpassingen werden pas twee jaar na de vraag van de ouders gerealiseerd. Daarbij bleken de aanpassingen niet voldoende doeltreffend aangezien de leerling alsnog niet zelfstandig bij haar lessen kon komen. Het College concludeert daarom dat de school zich onvoldoende heeft ingespannen om doeltreffende aanpassingen binnen een redelijke termijn te treffen. Om die reden oordeelt het College dat de school de leerling discrimineert op grond handicap of chronische ziekte.

‘Als toezichthouder bij het VN-Mensenrechtenverdrag Handicap wijst het College op artikel 24 van dit Verdrag. In dit artikel staat dat lidstaten verplicht zijn om toe te werken naar een inclusief onderwijssysteem waarin leerlingen met een handicap op basis van gelijkheid toegang hebben tot het algemene basis- en voortgezet onderwijs. Het College benadrukt dat een inclusief onderwijssysteem alleen gerealiseerd kan worden in schoolgebouwen die voldoende toegankelijk zijn.’ – Adriana van Dooijeweert, voorzitter College voor de Rechten van de Mens


Lees het oordeel van de College voor de Rechten van de Mens
.

Lees het advies van het College voor de Rechten van de Mens aan minister Slob.

Lees het advies van het College voor de Rechten van de Mens aan minister Knops.