Lettergrootte - +
Contrast - +

Veranker inclusief onderwijs in wetgeving en beleid

Uit de op 1 december verschenen rapportage van het College voor de Rechten van de Mens blijkt dat de samenleving nog lang niet voldoende is ingericht om mensen met een beperking volledig te laten deelnemen. In de jaarlijkse rapportage over de implementatie van het VN-Gehandicaptenverdrag (IVRPH) worden onder meer op het terrein van onderwijs problemen gesignaleerd.

Het College wijst erop dat het IVRPH en het VN-Kinderrechtenverdrag inclusief, gelijkwaardig en kwalitatief goed onderwijs voor iedereen tot doel stellen. Nederland heeft beide Verdragen geratificeerd en zij zou er dus alles aan moeten doen om dit doel te realiseren. De regering zou conform de aanbeveling van het College een duidelijke definitie van inclusief onderwijs op moeten nemen in onderwijswetgeving die strookt met het IVRPH en het VN-Kinderrechtenverdrag en inclusief onderwijs te hanteren als uitgangspunt van het onderwijsbeleid.

Het College constateert dat kinderen met een beperking zowel in het speciaal als in het regulier onderwijs tegen knelpunten aanlopen. Zo kunnen leerlingen in het speciaal onderwijs niet altijd het diploma halen dat ze cognitief wel aan zouden kunnen. En op reguliere scholen krijgen toegelaten kinderen met een beperking niet altijd de ondersteuning die ze nodig hebben. Scholen houden bijvoorbeeld niet altijd rekening met kinderen met een visuele of auditieve beperking die, ondanks technische hulpmiddelen, soms moeite hebben om het tempo bij te houden. Ook worden beperkingen die niet zichtbaar zijn, zoals psychische problemen, op reguliere scholen moeilijker onderkend. Kinderen kunnen bovendien niet altijd naar de school van hun eigen keuze, omdat een reguliere school niet altijd de nodige ondersteuning kan bieden of omdat dit ‘onevenredig belastend’ zou zijn voor de school.

Andere kinderen, bij wie de ondersteuningsbehoefte uit een combinatie van onderwijs en zorg bestaat, kunnen soms niet naar een reguliere school omdat deze niet de noodzakelijke zorg kan bieden, of omdat er geen overeenstemming wordt gevonden over wie de kosten van ondersteuning draagt. Daarnaast wijst het College nog op de ‘thuiszitters’, de kinderen die langere tijd helemaal niet naar school gaan, omdat er geen passende plek wordt gevonden. Ook in het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs lopen studenten met een beperking tegen knelpunten aan. Zo laat de voorlichting over bestaande regelingen en mogelijkheden nog altijd te wensen over. Het College haalt tevens een veelzeggend citaat aan: ‘’Er is weinig ondersteuning en begrip voor mijn handicap en de daarmee samengaande problemen. Bij de eerste kink in de kabel wordt er geadviseerd te stoppen met mijn mbo-opleiding.’’ Het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs zou een strategie moeten ontwikkelen om tot inclusief onderwijs te komen.

Volgens het College kan geconcludeerd worden dat de huidige wetgeving de opties van regulier en speciaal onderwijs in stand houdt en niet ontworpen is voor het realiseren van inclusief onderwijs, zoals omschreven in artikel 24 van het IVRPH. Het College wijst tevens op regionale verschillen die mogelijk voor kansenongelijkheid zorgen en ertoe kunnen leiden dat scholen in de ene regio leerlingen met een beperking zonder problemen toelaten, terwijl scholen hen in een andere regio weigeren omdat de gevraagde aanpassing onevenredig belastend zou zijn.

Klik hier voor de rapportage ‘VN-verdrag handicap in Nederland 2017’, van het College van de rechten van de Mens, d.d. 1 december 2017.