Vragen van het VN-Kinderrechtencomité over inclusief onderwijs

Vragen van het VN-Kinderrechtencomité over inclusief onderwijs

Het VN-Kinderrechtencomité (Comité) heeft de Nederlandse staat vragen gesteld over de kinderrechtensituatie in het Koninkrijk der Nederlanden. Sinds de ratificatie van het VN-Kinderrechtenverdrag in 1995 door Nederland, is Nederland verplicht om iedere vijf jaar verantwoording af te leggen over hoe het gaat met de kinderrechten. Nederland wordt bevraagd over de naleving van kinderrechten in verschillende domeinen, waaronder vragen over inclusief onderwijs.

RAPPORTAGEPROCES

In april 2021 wordt de Nederlandse regering door het VN-Kinderrechtencomité voor de vijfde keer ondervraagd over de stand van zaken van de rechten van het kind in Nederland. In aanloop naar deze zitting volgt Nederland de zogenoemde ‘Simplified Reporting Procedure’. Deze procedure is gestart met de ‘Written Inputs’ van niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) en andere actoren, zoals het COC, de Kinderombudsman en het College van de Rechten van de Mens op de ‘List of Issues Prior to Reporting (LOIPR)’. De LOIPR is een openbare lijst met issues die het VN-Kinderrechtencomité aanneemt en waarover Nederland verantwoording moet afleggen.

Het Kinderrechtencollectief verzamelde de input op de LOIPR namens verschillende ngo’s en bundelde deze in de ‘Inbreng op de List of Issues Prior to Reporting’. De onderwerpen betreffen de primaire zorgpunten en zijn gelinkt aan trends en actualiteiten. Uit ieder zorgpunt kwamen een aantal concrete vragen naar voren. Het Comité heeft aan de hand van de input die zij hebben ontvangen de uiteindelijke LOIPR opgesteld en aan de Nederlandse staat gestuurd. In oktober 2020 rapporteert Nederland schriftelijk over de kinderrechtensituatie met betrekking tot de onderwerpen die op de LOIPR staan. Ook de ngo’s schrijven dan een schaduwrapport. Hierop volgt in 2021 een zitting waaruit vervolgens de ‘Concluding Observations and Recommendations’ voor de Nederlandse staat voortvloeien. Deze vormen een richtlijn voor de Nederlandse overheid om in de komende jaren verder te werken aan de implementatie van het VN-Kinderrechtenverdrag.

INBRENG NGO’s

In 2015 heeft het VN-Kinderrechtencomité de Nederlandse overheid opgeroepen te werken aan inclusief onderwijs en te zorgen voor genoeg plekken voor kinderen met een beperking in het regulier onderwijs. Uit de Written Inputs van ngo’s blijkt onder meer dat het huidige systeem nog niet voldoet aan de internationale norm, een concreet plan voor het vormgeven van inclusief onderwijs ontbreekt en niet wordt gewerkt aan een wettelijke definitie van inclusief onderwijs en de doelen ervan. Daarnaast blijkt dat ouders vaak te maken hebben met verschillende wetten en loketten om zorg en ondersteuning in onderwijstijd te organiseren en er voor een groot aantal kinderen geen plek is in het Nederlandse onderwijs. In 2017-2018 gingen 14.265 kinderen niet naar school. Daarvan hadden 5.576 kinderen een vrijstelling en 4.515 kinderen vallen onder absoluut verzuim, zoals kinderen met een psychische beperking, makkelijk lerenden (hoogbegaafden) of kinderen met ernstige meervoudige beperkingen. Voor deze kinderen wordt vaak noodgedwongen een vrijstelling gevraagd, terwijl zij leer- en ontwikkelmogelijkheden hebben.

De vragen die door ngo’s gesteld worden gaan dan ook over de maatregelen die de staat treft om invulling te geven aan de verplichtingen tot inclusief onderwijs van het VN-Kinderrechtenverdrag en het VN-Mensenrechtenverdrag Handicap, om de afstemmingsproblemen en schotten tussen onderwijs, zorg en ondersteuning weg te halen en ervoor te zorgen dat kinderen met leer- en ontwikkelingsmogelijkheden een passende plek in het onderwijs krijgen. Ook over kansenongelijkheid, segregatie in het onderwijs en over het lerarentekort zijn vragen opgenomen.

VRAGEN KINDERRECHTENCOMITÉ

Het Comité heeft de Written Inputs meegenomen bij het vaststellen van de LOIPR. Het Comité vraagt Nederland de criteria te beschrijven voor het bepalen of kinderen met een beperking van de leerplicht worden ontheven op lichamelijke of psychische gronden. Ook wordt de regering gevraagd informatie te geven over de maatregelen die genomen zijn om te verzekeren dat alle kinderen met beperkingen toegang hebben tot en profiteren van inclusief onderwijs. De regering wordt opgeroepen om in data te voorzien over de aantallen kinderen met een beperking die inclusief onderwijs volgen of juist in afzonderlijke scholen onderwijs volgen. Hierover zal de Nederlandse staat zich onder meer moeten verantwoorden.