Stap 2: Visieontwikkeling

Een goede stap is om binnen het gevormde leiderschapsteam met elkaar het ideaal van inclusief onderwijs te bespreken. Een visie kan zo globaal worden geformuleerd dat iedereen het er snel over eens is. De discussie wordt geholpen als goed wordt besproken wat het ideaal eigenlijk inhoudt. Bespreek met elkaar waarom je inclusief onderwijs zou willen en wat het eigenlijk is. Op deze pagina’s staan niet alleen de praktische stappen in de route naar inclusief onderwijs beschreven, maar ook meer algemene informatie die nodig is bij de visieontwikkeling. Het kan geen kwaad je te realiseren dat er veel mythes en misverstanden leven rondom inclusief onderwijs. Bespreek ze met elkaar. Kijk naar de checklist ‘Is het inclusief onderwijssysteem al helemaal inclusief?’ en bespreek de uitkomsten.

Lees hieronder de verschillende stappen die je kunt ondernemen om de visie te ontwikkelen door op de + te drukken. 

Belemmeringen

Een belangrijke vraag die kan leven binnen een samenwerkingsverband (SWV) is waarom een SWV zich überhaupt bezig zou moeten houden met inclusief onderwijs. Een samenwerkingsverband is een bij wet afgedwongen organisatorische eenheid, bestuurd door besturen van alle scholen in een regio, die het regionaal budget voor ondersteuning van leerlingen met een beperking verdeelt. Er is géén door de overheid opgelegde visie anders dan dat het samenwerkingsverband moet zorgen voor ‘passend onderwijs’.

Die complete vrijheid wat betreft visie is zowel een voor- als een nadeel. Het voordeel is dat je mag doen wat je wilt, dus je mag óók kiezen voor inclusief onderwijs. Het nadeel is dat, bij gebrek aan sturing, het erg moeilijk is te kiezen. Hoe kun je vanuit niets een visie opbouwen? Het risico is dat visieontwikkeling bleek afsteekt tegen de ontwikkeling van de organisatorische en financiële structuur.

Wat bij de vorming van samenwerkingsverbanden extra speelt is dat een SWV wordt bestuurd door alle scholen uit tamelijk grote regio’s (er zijn 77 SWV-regio’s basisonderwijs en 75 SWV-regio’s voortgezet onderwijs). Al die besturen van al die scholen binnen een regio hebben een eigen visie op onderwijs en het is ingewikkeld om al die visies met elkaar te verenigen. Het samenwerkingsverband Primair Onderwijs Amsterdam-Diemen bestaat bijvoorbeeld uit 45 schoolbesturen met in totaal 240 scholen (zowel gewone als speciale).

Een bijkomend probleem zijn tegengestelde belangen die spelen binnen samenwerkingsverbanden. De wettelijke opdracht voor een SWV is het verzorgen van een structuur voor ondersteuning in het onderwijs aan leerlingen met een beperking en het maken van afspraken over de verdeling van het budget dat daarvoor beschikbaar is. Of geld wordt ingezet op gewone of op speciale scholen is iets dat gezamenlijk wordt beslist door de besturen van alle scholen. Besluiten over het veelvuldig ondersteunen van leerlingen met een beperking op een gewone school (en daarbij het toekennen van benodigd budget in de vorm van zorgarrangementen) kunnen snel leiden tot lagere instroom in speciale scholen en tot verlies van werkgelegenheid daar. Geen organisatie is makkelijk bereid een visie te ondersteunen die leidt tot de eigen ondergang. Een bespreking van een visie op inclusief en passend onderwijs en op wat de beste ondersteuning is voor kinderen met een beperking, wordt bewust of onbewust beïnvloed door de financiële en institutionele belangen die mensen voelen.

Een wettelijke en morele taak

Niettemin, is er een wettelijke en een morele taak voor samenwerkingsverbanden om na te denken over de kwaliteit van het onderwijs waar zij voor willen staan. De Nederlandse regering mag dan terughoudend zijn in het opleggen van een visie, het internationaal recht is heel duidelijk. Het VN-verdrag inzake de Rechten van het Kind en het VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap gaan uit van het recht op inclusief onderwijs.

Het VN-mensenrechtenverdrag Handicap is tot stand gekomen omdat overal op de wereld mensen met een beperking achtergesteld zijn. Zij hebben minder kans op onderwijs, werk en een goed inkomen en méér kans op een slechte gezondheid en discriminatie. De analyse is dat die achterstand voor een belangrijk deel is terug te voeren tot structurele belemmeringen, ontstaan door de manier waarop we de samenleving hebben georganiseerd. In artikel 24 van het VN-mensenrechtenverdrag Handicap en de uitleg hiervan (general comment nr. 3) wordt aangegeven dat het organiseren van speciaal onderwijs in de vorm van aparte speciale scholen een structurele belemmering vormt voor participatie in de samenleving en dus moet worden afgebouwd.

In Nederland heeft de Nederlandse staat de beleidsvrijheid om te werken aan de onderwijsdoelen uit het VN-mensenrechtenverdrag Handicap (participatie en ondersteuning) grotendeels overgedragen aan samenwerkingsverbanden en besturen van scholen. Dat is een voorname reden voor samenwerkingsverbanden en besturen om zich te verdiepen in inclusief onderwijs. SWV’en moeten immers vormgeven aan de beste ondersteuning voor kinderen met een beperking.

Laat je inspireren

Ga in de visie-bespreking de financiële en institutionele belangen vooral niet uit de weg. Inclusief onderwijs gaat uit van het opheffen van onderscheid tussen reguliere en speciale scholen. Het betekent niet dat speciaal onderwijs verdwijnt; het betekent dat regulier en speciaal samengaan en de expertise wordt ingezet waar de leerling is; in de buurtschool. Bespreek in het samenwerkingsverband welke consequenties dat kan hebben voor het bestuur van het onderwijs. Probeer in positieve opties te denken. Als speciaal onderwijs opgaat in het gewone, kan dat bijvoorbeeld betekenen dat de besturen van een gewone en een speciale school intensief gaan samenwerken?

Het team dat wil werken aan visieontwikkeling kan sprekers uitnodigen die hebben ervaren wat in- of exclusie voor effect heeft. Inspiratie kun je krijgen van leerkrachten en schoolleiders van andere scholen die ervaring hebben, ouders van jonge kinderen met een beperking die over hun visie op het leven van hun kind willen praten of van jongeren met een beperking die hun educatie hebben afgerond. Een financiële of een bestuurlijke deskundige uitnodigen is óók nuttig, juist omdat bij samenwerkingsverbanden financiële en institutionele belangen een grote rol spelen.

Een studiereis naar een land of streek waar inclusie in het onderwijs meer praktijk is, kan teamvorming bevorderen en kan een ontspannen start zijn van de route naar inclusie. Er worden studiereizen georganiseerd naar, bijvoorbeeld, Graz (Oostenrijk), Bologna (Italië), Schotland, Engeland of Noorwegen. Een studiereisje in eigen land kan óók. Er zijn scholen en projecten die veel ervaring hebben. Boek daar een bezoek!

Schrijf het op

Een grafische weergave maken van wat je bespreekt, helpt op allerlei manieren. Visuele beelden vatten gevoelens samen en maken het makkelijker allerlei situaties voor te stellen. Zie hier voor een voorbeeld van grafische verbeelding van onderwijsvernieuwers in Engeland, een aanbieder in Nederland of hier voor een andere aanbieder in Nederland (of google op ‘grafisch faciliteren’).

Volgende stap: inventarisatie.