Stap 5: Het begin is er

Er zijn twee belangrijke uitdagingen voor een samenwerkingsverband of bestuur dat een omslag wil maken naar inclusief onderwijs. De eerste is wet- en regelgeving die in de weg lijken te staan van inclusief onderwijs. De tweede is dat mensen en organisaties die zich bedreigd voelen door nieuwe ontwikkelingen hun hakken in het zand gaan zetten.

Lees hieronder verder voor handvaten over hoe je deze omslag kunt maken door op de + te drukken. 

De formulering

Wat betreft het eerste; de onderwijswetgeving is strak geformuleerd. Dat bracht scholen in de problemen die de laatste jaren speciaal en regulier onderwijs in één schoolgebouw wilden gaan aanbieden en daarbij leerling groepen echt wilden mengen, zoals bijvoorbeeld in Venlo gebeurt. Formeel mag dat mengen niet als hierdoor niet meer duidelijk zal zijn voor welke leerling wel of niet specifieke ondersteuning en financiering is aangevraagd. Omdat steeds meer scholen dat toch willen doen, kwam het ministerie van onderwijs met een experimenteerregeling. De intensieve samenwerking is tijdelijk toegestaan, mits er toestemming hiervoor is gevraagd.

In andere situaties doemen problemen met regelgeving op die gebaseerd zijn op foutieve interpretatie van deze regelgeving. Een voorbeeld is bijvoorbeeld de ‘diploma-eis’ in voortgezet onderwijs. Middelbare scholen geven soms aan dat het wettelijk niet zou zijn toegestaan om leerlingen met een verstandelijke beperking te accepteren. Ze zouden leerlingen moeten weigeren die het diploma-niveau niet zouden kunnen halen. Dat is niet juist. De laagste instroom in het VMBO geldt wettelijk gezien als voorbereidend beroepsonderwijs en daarvoor geldt geen wettelijk instroom of uitstroomniveau. Alle ander middelbaar onderwijs (MAVO, HAVO en VWO) mág instroomeisen stellen, maar is dat niet wettelijk verplicht.

Een ander voorbeeld is de wettelijke regel die stelt dat een school alleen financiering krijgt voor een leerling indien die leerling minimaal 50% van de onderwijstijd onderwijs volgt. In de praktijk leidt dat ertoe dat leerlingen die bijvoorbeeld vanwege prikkelgevoeligheid vaak de groepsles uitgaan, geweigerd worden. Of het misverstand dat leerlingen met een ernstige verstandelijke beperking op zo’n laag niveau functioneren dat ze het niveau van de groepslessen in speciaal onderwijs niet halen. Voor de eerste situatie geldt dat de manier waarop de lessen worden gegeven zo kan worden aangepast dat ook die prikkelgevoelige leerling de lessen volgt (wellicht deels apart). In de tweede situatie is er een veronderstelling dat er een soort eerste of ‘laagste’ niveau is in het onderwijs dat een kind moet halen om mee te kunnen doen.

Zoek naar oplossingen

De oplossing voor die belemmeringen en foutieve interpretatie is: bepaal wat je wilt en zoek een weg. Lees de wetgeving eropna, vraag juridisch advies en zie of er wel ruimte is in de wetsbepalingen. Vraag desnoods experimenteerruimte. In Heerhugowaard heeft het samenwerkingsverband actief gezocht naar manieren om organisatie en financiering van onderwijs aan kinderen met intensieve zorgbehoefte in een reguliere school mogelijk te maken. Dat leek, vanwege de regelgeving aanvankelijk niet eenvoudig. De adviseur van het samenwerkingsverband, Rob Naarden, zegt over dat proces: “We hebben wel veel regels hier in Nederland, maar in werkelijkheid wordt veel gedoogd. De enige manier om iets te bereiken is dus gewoon door te beginnen…”.

Weerstand

Het tweede belangrijke probleem dat een samenwerkingsverband tegenkomt is dat mensen en organisaties die zich bedreigd voelen door nieuwe ontwikkelingen hun hakken in het zand kunnen zetten. Leerkrachten bijvoorbeeld kunnen bang zijn dat alle veranderingen hen veel energie gaan kosten. Aparte speciale scholen dreigen hun eigen vorm, identiteit en financiële zeggenschap volledig te verliezen.

De manier om om te gaan met weerstand is tweeledig: 1. Maak de urgentie en de onontkoombaarheid duidelijk. Wie niet snel verandert, zal merken dat het wordt opgelegd. 2: Maak het aantrekkelijk. Transformeer op zo’n manier dat ieder ervaart dat de kwaliteit van het onderwijs voor alle kinderen verbetert. Voor een samenwerkingsverband betekent dat laatste dat veel aandacht nodig is voor het daadwerkelijk investeren (dus concreet geld in de begroting vrijmaken voor) in vaardigheden en kennis van leerkrachten. Daarnaast is veel aandacht nodig voor samenwerking tussen besturen van scholen.