Tot aan MBO kennis noch begrip voor jongen met PDD-NOS

Je bent groot en slim, open en direct, en op school gaat het steeds weer fout. Iedereen weet het beter dan jij en je ouders. Steeds naar een nieuwe school, waar de overdracht van de ene school naar de andere nooit lijkt te lukken. Dit overkwam een jongen van (nu) 19 jaar met PDD-NOS en zijn ouders. Het was steeds knokken voor ouders om school niet boos te zien op hun zoon en om te voorkomen dat hij thuiszitter zou worden. Je weet dat je zoon het kan, zegt moeder, dat heeft hij laten zien telkens als er een goede klik was met de leraar. Je weet ook dat hij het goed bedoelt en je staat helemaal achter hem. Dus waarom gaat het steeds weer fout?

De kennis over de beperking PDD-NOS van de jongen, heeft scholen niet geholpen om goed rekening te houden met wat hij nodig heeft. Een eenvoudig voorbeeld: toen hij van de HAVO naar VMBO-tl moest, was het idee om hem helemaal vooraan in het klaslokaal te zetten, naast het buro van de docent. Moeder waarschuwde dat dit geen goed plan was. Haar zoon zou meteen een uitzonderingspositie krijgen in de klas als een jongen met moeilijk gedrag en dat zou averechts werken. De school zei dat ze het dan na zes weken opnieuw zouden bekijken. Moeder waarschuwde dat de eerste zes weken een cruciaal begin zijn.
Haar verwachting kwam uit: haar zoon kreeg direct het stempel: doet niet mee, kijkt te veel achterom, eigenwijs, snel afgeleide jongen.

Beschuldigd

Toen vuurwerk naast het schoolplein grote schade aanrichtte, werd de zoon direct ervan beschuldigd de aanstichter te zijn. Hij werd eruit gepikt, onder veel druk gezet om te bekennen of te vertellen wie het wel had gedaan. Nadat zijn onschuld bewezen werd, weigerde de school zich te verontschuldigen voor de druk waaronder hij kwam te staan. Hij was toch gewoon weer op school en had een glimlach op zijn gezicht. Dat de ouders wisten dat hij erg aangeslagen was door de beschuldiging en bejegening, werd door de school niet serieus genomen.

Het gezin betaalt de rekening

Nadat het na zes schoolwisselingen weer mis ging, namen ouders het besluit hun zoon aan te melden bij een dure particuliere school. Vader ging dubbele diensten draaien, drie jaar lang, om de hoge kosten op te vangen. Het gezin ging in die tijd niet meer met vakantie. Aanvankelijk was ook de particuliere school onzeker of ze wel in huis hadden wat de jongen nodig had om goed te leren. Ze boden hun excuses daarvoor aan. Door dat te zeggen maakten ze duidelijk te beseffen dat het tekort bij hen ligt en niet bij de jongen. Dat alleen al vormde een goed begin.

Snel werd duidelijk dat de klassegrootte en leraarbetrokkenheid goed genoeg waren voor de jongen om goed te leren. Hij bloeide op. Hij sloot zijn laatste leerjaar af met een werkstuk op een niveau waarover iedereen verrast was die hem kende; zo origineel en doordacht en boordevol inzichten over een groot maatschappelijk probleem.

Weer onbegrip op het MBO

Na de particuliere school begon hij aan het MBO, middelbaar beroepsonderwijs. Omdat het meestal niet positief had gewerkt als hij nadrukkelijk met een handicap label binnenkwam, besloot de zoon op het MBO niet over zijn PDD-NOS te praten. Dat werkte ook niet. Hij stuitte op onbegrip. Als hij vragen stelde over de volgorde van stappen in een opdracht werd hij gezien als betweterig en onmogelijk. Een leraar schoot uit zijn slof en schold de jongen voor de hele klas uit om zijn ‘leeg hoofd zonder hersens.’
Hij wilde niet meer naar school. Het was goed geweest. Moeder zocht naar een vervolg stap en trof een cursus over talenten ontwikkeling aan, een achtweekse cursus waarin studenten onderzoeken waar ze goed in zijn en wat mogelijke valkuilen zijn. De MBO instelling zorgde ervoor dat hij daar inkwam, onder druk van de ouders. Daar leerde hij zien waar hij goed in is en wat slecht valt bij andere mensen. Hij leerde bijvoorbeeld niet zo direct vertellen wat hij allemaal ziet of weet, maar eerst een tijdje af te wachten. Ook zag hij in videobeelden dat zijn spieren zo verslappen na een half uur zitten, dat hij onderuit zakt en dat mensen concluderen dat hij ongeïnteresseerd is. Hij leerde een manier om zijn voeten onder een stoel te plaatsen om hem beter overeind te houden. Terug naar school wilde hij na de cursus niet meer, maar wel aan het werk.

Werkstage gaat goed

Bij een groot bedrijf is het hem gelukt aangenomen te worden voor een stage plaats. Het bedrijf heeft een interne opleiding voor technische werkplekken binnen het bedrijf. Dit gaat goed. De zoon oefent met niet al te snel vertellen wat hij allemaal ziet. Hij toont zich waardevol voor het bedrijf omdat hij veel ziet in de technische processen in het bedrijf. Hij is veel op de werkvloer, en een dag per week volgt hij les binnen het bedrijf. Voor hem is dat een mooie combinatie. De ouders zijn blij dat hun jongen met zijn creatieve geest niet thuis verkommert, zoals veel andere jongeren met PDD-NOS, maar uiteindelijk een goede plek heeft gevonden waar hij wordt gewaardeerd.