Inclusieve en excellente basisschool De Korenaar

<fotocredit: Daniëlla van Bergen>

Berdi de Jonge is directeur van de inclusieve basisschool De Korenaar in Eindhoven. Alle kinderen uit de omliggende wijken zijn er welkom. Dat vindt Berdi heel normaal. Toch moet ze vaak vertellen hoe dat in zijn werk gaat, omdat het in Nederland zo bijzonder is. In principe start echt ieder kind. “Als jij een kleuter leert dat het kind dat anders is dan jij opeens niet meer bij jou in de klas zit en naar een andere school is gegaan, dan je leer de kleuter dat we iets wat anders is buitensluiten”, aldus Berdi.

Thuisnabij onderwijs

Voor De Korenaar geldt: inclusie is het recht op thuisnabij onderwijs. Alle kinderen uit de wijk gaan samen naar school. Alle culturen, alle sociaal maatschappelijke achtergronden, alle verschillende cognitieniveaus, alle fysieke gesteldheden. Berdi praat daarom liever over ‘inclusie’ in plaats van ‘passend’. Voor haar is ook een duidelijke link te zien met kansenongelijkheid. Inclusie betekent voor haar ook dat iemands achtergrond of het inkomen van de ouders geen reden mag zijn voor mindere kansen. Net zomin als een beperking een reden mag zijn. Inclusie zorgt voor een diverse groep waar kinderen van elkaar kunnen leren. Kinderen die het thuis breed of minder breed hebben, kinderen wiens ouders goed of minder goed Nederlands kunnen, kinderen met of zonder een beperking. Door met elkaar in aanraking te komen, wordt de leefwereld van ieder kind vergroot.

Samen voor inclusief onderwijs kiezen

Berdi hoort vaak het schrikidee van scholen dat wanneer zij beslissen het volgende schooljaar een inclusieve school te worden, dat ze dan opeens een speciale school met kinderen met allerlei verschillende ondersteuningsbehoeften moeten zijn. Waar dan niet de juiste zorg en ondersteuning gegeven kan worden. Maar, zo stelt Berdi, de school start met dezelfde kinderen die voor de zomervakantie al op school zaten. Alleen het aannamebeleid wordt anders.

Het is te vergelijken met wat gebeurde tijdens de coronacrisis. Opeens konden leerlingen niet meer naar hun school. Er moest snel geschakeld worden en dan blijkt opeens veel mogelijk. Zo kan een inclusieve school ook starten, meent Berdi. Door samen de uitdaging aan te gaan en met elkaar te zeggen: wij willen dat alle kinderen uit de buurt naar onze school kunnen. Dat is eenzelfde soort vraag als: ‘wij willen onze leerlingen onderwijs blijven bieden, ook al kunnen ze niet fysiek naar school toe komen’. Berdi is van mening dat met een ontwikkelingsgericht schoolteam elke school inclusief kan worden.

Op maandag 16 november 2020 vindt het debat over de evaluatie over het passend onderwijs plaats in de Tweede Kamer. In aanloop naar dit debat roept JongPIT samen met FNO en Defence for Children de overheid op om inclusief onderwijs voor alle kinderen en jongeren mogelijk te maken. Elke dag delen ze verhalen en perspectieven over de ervaringen met passend onderwijs en over wat inclusief onderwijs betekent voor schoolleiders, docenten, zorgcoördinatoren, ouders en kinderen en jongeren. Voor alle verhalen, ga naar de website van JongPIT.

<fotocredit: Daniëlla van Bergen>