Niet passend onderwijs, maar passend ontwikkelen. Dat is pas inclusief!

Niet passend onderwijs, maar passend ontwikkelen. Dat is pas inclusief!

Inclusief onderwijs betekent dat ieder kind een plek heeft op de school bij hem of haar in de buurt, die hen goede en passende ondersteuning kan bieden. Maar hoe organiseer je dat? Ruud van Rijn, MT-lid van samenwerkingsverband de Driegang, en Piet Vogel, coördinator van het samenwerkingsverband, zetten zich al meer dan vijftien jaar in voor de opzet, ontwikkeling en verbetering van inclusief onderwijs.

'Gewoon willen helpen’ als uitgangspunt

 Samenwerkingsverband De Driegang is inmiddels een van de voorlopers in Nederland als het gaat om inclusief onderwijs. Inmiddels, want vanzelfsprekend was inclusief onderwijs nog absoluut niet toen De Driegang in 2005 startte met hun missie inclusief onderwijs de norm te maken. “We moesten beginnen bij de basis: wat willen we bereiken?”, begint Ruud van Rijn. “En die vraag was snel beantwoord: we wilden gewoon helpen, omdat we zagen dat naar school gaan nog niet voor ieder kind even makkelijk was. We willen dat iedereen welkom is op onze scholen,” vult Piet Vogel direct aan.

Een kwestie van goede wil en goede communicatie

 “Mensen schrikken vaak nog als we spreken over inclusief onderwijs, maar dat komt voornamelijk omdat mensen nog niet goed genoeg weten wat het is,” vertelt Piet. “Soms wordt gedacht dat als je als school overgaat op inclusief onderwijs, er morgen tien bussen met kinderen met het Syndroom van Down voor de deur staan. En dat is natuurlijk niet het geval: inclusief onderwijs gaat juist over het opvangen van kinderen in jouw buurt. Niet tien dorpen verderop, maar gewoon de buurjongen van dat meisje dat je al in de klas hebt.”

Inclusief onderwijs vraagt om doorzettingsvermogen

 “We moeten het idee van inclusief onderwijs telkens weer zaaien bij belanghebbenden; opnieuw uitleggen waarom we hierin geloven, waarom het werkt en waarom iedere school dit zou kunnen. Dit vraagt om doorzettingsvermogen, maar we zien elke keer dat het ‘zaaien’ van de zaadjes van inclusief onderwijs de mooiste schoolervaringen voor leerling én leraar met zich meebrengt,” vertelt Ruud. Het vertrouwen dat scholen, leraren, interne begeleiders en alle leerlingen hier samen beter door worden; dat lijkt de sleutel te zijn. Maar daar kunnen scholen nog stappen in zetten. “Er moet meer aandacht komen voor het onderwerp. We zijn dan ook blij met de Maand van het Inclusief Onderwijs, maar eigenlijk moet dit het (school)jaar van het inclusief onderwijs worden”, vult Piet aan. 

Van passend onderwijs naar inclusief onderwijs

“De opmars naar inclusief onderwijs is een dip geraakt door de komst van passend onderwijs. Passend onderwijs was een compromis, terwijl inclusief onderwijs een kans is,” geeft Ruud aan. Met de evaluatie van de Wet passend onderwijs liggen er kansen in het verschiet, aldus de coördinatoren van De Driegang. “We weten dat inclusief onderwijs mogelijk is, maar het moet niet meer een gevecht zijn. We moeten beter communiceren, geld anders verdelen én durven!”, zo stelt Ruud. Het valt even stil, tot Piet afsluit: “We moeten af van het idee van passend onderwijs. We moeten kijken naar passend ontwikkelen – kijken wat het kind nodig heeft om verder te groeien. Dát is pas inclusief onderwijs!”

Op maandag 16 november 2020 vindt het debat over de evaluatie over het passend onderwijs plaats in de Tweede Kamer. In aanloop naar dit debat roept JongPIT samen met FNO en Defence for Children de overheid op om inclusief onderwijs voor alle kinderen en jongeren mogelijk te maken. Elke dag delen ze verhalen en perspectieven over de ervaringen met passend onderwijs en over wat inclusief onderwijs betekent voor schoolleiders, docenten, zorgcoördinatoren, ouders en kinderen en jongeren. Voor het hele verhaal van De Driegang en de andere verhalen, ga naar de website van JongPIT.