Veelgehoorde vragen en twijfels over inclusief onderwijs

Veelgehoorde vragen en twijfels over inclusief onderwijs

Veel mensen vragen zich af of inclusief onderwijs wel realistisch is. Hieronder gaan we in op de meest gehoorde twijfels en vragen.

Inclusief onderwijs gaat ten koste van het niveau van de school

Veel mensen denken dat de aanwezigheid van kinderen met een beperking een negatieve invloed heeft op de resultaten van de school en op de leerprestaties van de andere kinderen. Uit omvangrijk Nederlands onderzoek blijkt echter dat de aanwezigheid van kinderen met een beperking op een reguliere school geen invloed heeft op de schoolprestaties van de klasgenoten. Uit buitenlands onderzoek blijkt dat in een inclusieve school álle leerlingen beter presteren, niet alleen in sociaal opzicht, maar ook in de cognitieve vakken. De praktijkervaring van leerkrachten is dat lesgeven aan een kind met een handicap hun didactische vaardigheden aanscherpt. Ze stemmen de lesstof bijvoorbeeld nog beter af op het individuele kind, leggen de lesstof op meerdere manieren uit en gaan vaker na of het kind de lesstof begrepen heeft. Het bredere scala aan didactische vaardigheden van de leerkrachten komt álle kinderen in de klas ten goede.

Inclusief onderwijs gaat ten koste van de aandacht voor de andere kinderen in de klas. Het is een te zware belasting voor de toch al drukke leerkracht

De aandacht voor een kind met een beperking gaat niet ten koste van de aandacht voor andere kinderen. Er zijn wel belangrijke randvoorwaarden, bijvoorbeeld dat er voor leerkrachten voldoende mogelijkheden zijn om samen met collega’s, ondersteuners, ouders en het kind zelf antwoorden te vinden op vragen die zich voordoen. Een andere randvoorwaarde is dat een school de financiële middelen heeft voor een individuele werkwijze. In de klas kan bijvoorbeeld extra menskracht ingezet worden van een co-teacher of een klassenassistent.

Elke leerkracht staat voor de uitdaging om alle kinderen in een klas de aandacht te geven die nodig is. Er zijn veel verschillende situaties waarin een kind, vanwege een bijzonder leuke of vervelende gebeurtenis, extra aandacht nodig heeft. Een kind met een beperking is hierin niet anders dan andere kinderen, zo is de ervaring van scholen die al op deze manier werken. Deze scholen hebben deze visie geïntegreerd in de hele organisatie: in de klas, in het team én in directie en bestuur. Een kind met een beperking is dan niet ‘extra’, maar gewoon een kind dat behoeftes heeft waar de school in voorziet.

Kinderen met een beperking kunnen het niveau op een reguliere school niet aan

Elk kind wil en kan zich ontwikkelen. Dat is de aard van kinderen. Dit geldt ook voor kinderen met een beperking. De laatste jaren gaan bijvoorbeeld kinderen met Downsyndroom steeds vaker naar een reguliere school. Hieruit is gebleken dat deze kinderen een hoger cognitief niveau bereiken dan in het speciaal onderwijs en ook hun zelfstandigheid neemt meer toe. Scholen, leerkrachten en ouders geven aan dat de uitdagende omgeving het kind stimuleert om te leren. Bovendien kan het kind zich optrekken aan de andere kinderen in de klas.

Ook de verwachtingen van de omgeving spelen een cruciale rol. Kinderen van wie meer verwacht wordt, bereiken meer. Ervaringen uit onder andere de Verenigde Staten laten zien dat kinderen met ernstige beperkingen in een inclusieve school meer leren, sneller leren, een grotere kans hebben op het vinden van een baan, vrienden en een woonplek waar ze zich prettig voelen. Ook voor kinderen met een beperking is het van belang dat iedereen in hun omgeving uitgaat van hun capaciteiten en hen daarop aanspreekt.

Er zitten dan teveel kinderen met een handicap in één klas

Het is belangrijk dat een klas een goede afspiegeling is van de maatschappij. In het speciaal onderwijs zitten kinderen met een beperking bij elkaar in een klas. Als deze leerlingen naar de school in hun eigen buurt gaan en zo verspreid worden, zullen er in een klas zelden meer dan een of enkele kinderen met een beperking zitten.

Kinderen met een beperking in de klas zijn onveilig voor de andere kinderen

Een school moet voor alle kinderen een veilige plek zijn, voor kinderen met én zonder beperking. Dat vraagt structureel aandacht in de school en de klas voor het respectvol en met waardering omgaan met elkaar en met de onderlinge verschillen. Door samen te werken en leren in werkgroepjes en projecten kunnen kinderen leren hoe ze de onderlinge verschillen kunnen gebruiken en waarderen. Sommige kinderen hebben gedrag waardoor de veiligheid van henzelf, de andere kinderen en soms ook van de leerkracht in gevaar komt. Het is dan aan de school, de leerkracht, de ouders en de leerling zelf om gezamenlijk naar een oplossing te zoeken. Dat kan bijvoorbeeld door te kijken naar factoren die het gedrag kunnen uitlokken en de mogelijkheden die er zijn om het gedrag hanteerbaar te maken. Deze werkwijze is ook toe te passen als het gedrag te herleiden is tot een onderliggende aandoening. De ervaring van inclusieve scholen in Canada en de Verenigde Staten leert verder dat het probleemgedrag van kinderen geleidelijk afneemt met voldoende aandacht, uitdaging en ondersteuning.

Comments (1)

  • Jan Stuijver

    Jan Stuijver

    • 24 april 2016 at 17:24
    • #

    Inclusief onderwijs is voor iedereen beter. De enige manier is het gewoon doen.Een klas cq school wordt er gelukkiger van.

    reply

Leave a comment

You are commenting as guest.