Lettergrootte - +
Contrast - +

Hoe kies ik een basisschool?

Alle kinderen, ook met een beperking, hebben recht op onderwijs volgens internationale verdragen. Het VN Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (IVRPH) stelt dat dat ook onverkort geldt voor mensen met een beperking. De Nederlandse Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte geeft sinds 2003 aan dat basisonderwijs een leerling niet mag weigeren op grond van een handicap.

Op zoek naar een basisschool

De zoektocht naar een basisschool is voor kinderen met een beperking ondanks deze wet niet eenvoudig. Er is keuzevrijheid, wat betekent ouders mogen kiezen: een gewone buurtschool, een gewone school verderop, een speciale school? Vragen die van belang zijn bij het kiezen van een school, zijn: welke extra ondersteuning is er; hoe groot zijn de klassen, is er klassikaal onderwijs of meer gedifferentieerd, welk sociaal klimaat wordt nagestreefd etcetera. Het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap geeft aan dat kinderen met een beperking recht hebben op een aangepaste schoolomgeving en aanvullend daarop individuele ondersteuning.

Verzamel informatie over de school

U kunt een gesprek voeren op school, de sfeer proeven en wat de school extra biedt aan leerlingen met een beperking. Vooraf is al veel informatie op papier en digitaal beschikbaar van de school. Als u dat eerst leest, kunt u gerichter vragen stellen. Elke school publiceert een schoolgids op internet. Daarin staat of en welke extra ondersteuning wordt geregeld en welke toelatingsvoorwaarden gelden.

Een willekeurig voorbeeld is basisschool de Walvis in Den Haag die in de schoolgids aangeeft dat kleuters zindelijk moeten zijn om te worden toegelaten. Een ander willekeurig voorbeeld De Andersenschool in Woerden, geeft specifieker aan: wel ondersteuning voor slechtziende leerlingen, niet voor blinden; wel voor hoogbegaafde leerlingen, niet voor leerlingen met een verstandelijke beperking. Weer een andere willekeurige school, De dr. Picardt school in Coevorden meldt dat alle leerlingen welkom zijn en dat zonodig zorgarrangementen worden ingezet.

Elke leerling individueel beoordeeld

Elke school moet altijd een individuele leerling beoordelen op wat de leerling nodig heeft en wat de school kan bieden. Een school mag dus niet categorisch alle blinde leerlingen weigeren. Dus de Andersenschool in Woerden moet bij een aangemelde blinde leerling toch onderzoeken of de school die aangemelde leerling kan ondersteunen. Niettemin is het wellicht makkelijker om een school te zoeken waar in principe leerlingen met een beperking welkom zijn en niet bij voorbaat als probleem worden gezien.

Raadpleeg het ondersteuningsplan van het Samenwerkingsverband

Alle scholen voor basis- en voortgezet onderwijs zijn verplicht aangesloten bij een Samenwerkingsverband (SWV). Het Samenwerkingsverband maakt een ondersteuningsplan. Dit moet gepubliceerd worden op de website van het SWV. In dit plan staat welke basisondersteuning alle scholen tenminste bieden en welke scholen nog extra ondersteuning bieden. Ook speciale scholen horen bij een Samenwerkingsverband. Een lijst van alle samenwerkingsverbanden met kengetallen en contactgegevens is hier gepubliceerd.

Alle SWV’s publiceren hoeveel leerlingen met een beperking extra ondersteuning krijgen op een gewone school en hoeveel leerlingen naar een speciale school gaan. Er zijn scholen en er zijn regio’s die minder of juist veel meer leerlingen dan het gemiddelde verwijzen. Dat geeft een aanwijzing voor de mate van inclusie; scholen die weinig verwijzen hebben kennelijk veel extra ondersteuning beschikbaar in de gewone klas of hebben ervaring met het inpassen van leerlingen met een beperking. Dat geldt bijvoorbeeld in delen van Noord-Holland, zuidelijk Zuid-Holland, Groningen, Drenthe (zie hier de kaart) Veel verwijzingen naar speciaal onderwijs zijn er in Rotterdam, midden Nederland, Limburg en delen van Brabant. Zie hier de kaart.

Ervaringen van ouders

Informeer ook bij andere ouders van leerlingen met een beperking. Nogal wat landelijke belangenorganisaties zoals Stichting Downsyndroom hebben regionale of lokale afdelingen of locale contactpersonen. Er zijn ook meer informele groepen en aanspreekpunten te vinden via bijvoorbeeld Facebook en Twitter.

Klik hier voor een lijst van locale of regionale ouder(organisaties).