Om wie gaat het?

Er zijn ruim 70.000 leerlingen die onderwijs volgen in aparte speciale scholen of leerlingen die vanwege hun chronische ziekte of beperking formeel zijn vrijgesteld van leerplicht. De groep kinderen die zijn vrijgesteld gaan overdag doorgaans naar een kinderdagcentrum waar ze zorg en dagbesteding krijgen. Er zijn ook ‘thuiszitters’; kinderen die wel staan ingeschreven op een school voor basis of voortgezet onderwijs, maar langer dan drie maanden geen lessen meer volgen.

Het aantal leerlingen dat apart speciaal onderwijs volgt, is in Nederland al decennia gestaag gegroeid. Invoering van passend onderwijs heeft tussen 2014 en 2016 de groei omgezet in een lichte daling. In 2017 was echter weer een stijging te zien. Vooral de instroom van jonge kinderen in speciaal onderwijs groeit weer. Er is een trend vastgesteld om jongeren met een beperking eerder van school te sturen uit bezuinigingsoverwegingen (vanaf hun 18e in plaats van vanaf hun 20e). Zonder die trend zou het aantal kinderen in speciaal onderwijs sterker gestegen zijn.

Tot 2014 kregen reguliere scholen per kind met een beperking een apart ondersteuningsbudget (rugzakje) uitgekeerd. Voor 1% van de kinderen op basisscholen werd dat aparte budget toegekend. Het was een maatstaf voor inclusie. De rugzakregeling is in 2014 afgeschaft. Daarvoor in de plaats kwam de regel dat Samenwerkingsverbanden extra ondersteuningsbudgetten mochten uitbetalen aan kinderen met een beperking. In de nieuwe regeling krijgt slechts 0,3% van de leerlingen op reguliere basisscholen zo’n extra budget.

Onderstaande grafiek toont de ontwikkeling sinds 2011 in aantallen leerlingen in speciaal onderwijs gecombineerd met de aantallen kinderen in leerplichtige leeftijd die wegens een handicap zijn vrijgesteld van leerplicht en in de zorgsector worden opgevangen. Het aantal vrijgestelden over 2017-2018 is nog niet bekend en daarom is het cijfer van een jaar eerder aangehouden.

leerlingen SO en vrijgestelden

- Bron: CBS Statline: (Speciaal) basisonderwijs en speciale scholen; leerlingen, schoolregio

Uitgedrukt in percentages ging in 2017 2,3% van de leerlingen tot 12 jaar naar speciaal basisonderwijs en nog eens 2,02 % naar speciaal onderwijs. Het aandeel leerlingen in voortgezet speciaal onderwijs (vanaf 12 jaar) was in 2017 3,66%. Daarnaast gaan ruim 2% van de leerlingen in het voortgezet onderwijs naar de Praktijkschool (speciaal voorbereidend beroepsonderwijs).

In het voortgezet onderwijs speelt een extra factor die strijdig is met de inclusiegedachte. In het basisonderwijs zijn leerlingen in principe welkom, ongeacht hun leerniveau. Er is geen centraal vastgesteld ‘eindexamenniveau”. Het voortgezet onderwijs is in Nederland echter grotendeels ingericht op schoolsoorten waar pas een diploma wordt uitgereikt indien het eindexamen is gehaald. Dat geldt voor MAVO, HAVO en VWO. Ook in het beroepsonderwijs (MBO en HBO) geldt een eindniveau dat moet worden gehaald om een diploma te kunnen krijgen. Leerlingen worden bij instroom, doorgaans op 12-jarige leeftijd, getoetst op de vraag of ze dat eindniveau kunnen halen binnen een vast aantal leerjaren. Het is voor scholen reden om leerlingen met een laag IQ of slechte resultaten op Cito-toetsen instroom te weigeren. Kinderen met een verstandelijke beperking (syndroom van Down vooral) worden ook zonder IQ-test geweigerd, omdat wordt verwacht dat ze het eindniveau niet kunnen halen. Het leidt tot een verregaande selectie op verwacht gemiddelde leerniveau waarbij kinderen met een verstandelijke beperking vanaf 12 jaar nergens anders worden geaccepteerd dan in speciaal onderwijs. Volgens vereniging VIM is het aantal kinderen dat nog een reguliere vmbo mag instromen in Nederland gedaald naar minder dan 5.

Deze selectie op grond van verwacht leervermogen is in strijd met het recht op inclusief onderwijs. Leerlingen met en verstandelijke beperking of laag IQ zouden naar middelbare scholen moeten kunnen gaan om samen met leeftijdgenoten te kunnen leren. Middelbare scholen kunnen, om dat mogelijk te maken, overstappen op een concept met gemengde leerwegen, inclusief leerlijnen voor kinderen die een verstandelijke beperking hebben.

Middelbare scholen geven soms aan dat het wettelijk niet zou zijn toegestaan om leerlingen met een verstandelijke beperking te accepteren. Ze zouden alle leerlingen moeten weigeren die het diploma-niveau niet zouden kunnen halen. Dat is niet juist. De laagste instroom in het VMBO geldt wettelijk (zie Inrichtingsbesluit WVO) gezien als voorbereidend beroepsonderwijs en daarvoor geldt geen instroom of uitstroomniveau. Al het andere middelbaar onderwijs (MAVO, HAVO en VWO) mág instroomeisen stellen, maar is dat niet wettelijk verplicht.

Lees hieronder verder hoe het op dit moment staat met kinderen die vrijgesteld zijn van de leerplicht door op + te klikken. 

Hoe zit het met kinderen met vrijstelling?

Een telling in 2018 laat zien dat bijna 6000 kinderen in Nederland zijn vrijgesteld van leerplicht vanwege handicap of chronische ziekte. Formeel vragen ouders van de kinderen vrijstelling van leerplicht aan. Doorgaans krijgen ouders het advies vrijstelling te vragen als scholen de kinderen te ernstig gehandicapt vinden om het schoolprogramma dat ze bieden te kunnen volgen (de kinderen worden vanwege een verstandelijke beperking niet leerbaar geacht). Andere argumentatie is dat de kinderen te prikkelgevoelig zijn om in een groep mee te doen of omdat de kinderen intensieve zorg of begeleiding nodig hebben en speciale scholen dat niet kunnen bieden.

Het aantal vrijgestelde kinderen groeit sterk, ook na invoering van passend onderwijs in 2014. Het beleid is erop gericht het aantal ‘thuiszitters’ tot nul terug te dringen in 2020. Dat lukt niet goed. Er is geen afzonderlijk concreet plan om het aantal kinderen dat formeel is vrijgesteld terug te dringen. Omdat het aantal vrijgestelden sterk groeit (van ruim 3000 in 2011 naar bijna 6000 in 2017), spreekt de minister van onderwijs wel zijn zorg uit.

De formele vrijstellingen komen neer op uitsluiten van het recht op onderwijs. In1school interpreteert de vrijstellingsmogelijkheid en de praktijk van thuiszitten als strijdig met het Kinderrechtenverdrag en het verdrag inzake personen met een handicap. Ook kinderen met meervoudige ernstige beperkingen kunnen, met de juiste ondersteuning en zorg, naar de buurtschool en daar met leeftijdgenoten leren. Samen naar School klassen zijn voorbeelden van initiatieven die gericht zijn op het bieden van inclusief onderwijs aan deze groep kinderen.

vrijgesteld van leerplicht wegens handicap

Klik voor de volgende stap: Goede voorbeelden