Wat is inclusief onderwijs?

Er zijn verschillende definities mogelijk van inclusief onderwijs. Een definitie die een pionier op dit terrein, onderwijskundige Gordon Porter, gebruikt is: “Leerlingen met een beperking gaan naar dezelfde school en zitten in de klassen/groepen samen met niet gehandicapte leeftijdgenoten waarbij ze de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben om te slagen”.

Het project In1school, onderdeel van Defence for Children Nederland, formuleert het zo:

“Inclusief onderwijs is onderwijs waarin kinderen vanuit allerlei achtergronden en met én zonder beperkingen samen spelen, werken en leren. Op een toegankelijke school in hun eigen omgeving, die hun ouders hebben uitgekozen, dezelfde school waar ze heen zouden gaan als ze geen handicap hadden. Inclusief onderwijs is open voor iedereen, toegankelijk in alle aspecten en dus met de nodige ondersteuning en zorg waar die nodig is voor optimale ontwikkeling. “

Soms wordt gesproken over inclusie als kinderen met een beperking zijn toegelaten op een reguliere school. In1school heeft echter op basis van ervaringsverhalen beschreven dat kinderen met een beperking op reguliere scholen er vaak alleen kunnen blijven voor zover ze passen bij wat de school te bieden heeft. In inclusief onderwijs is het andersom: de school past zich met het lesaanbod aan aan wat de kinderen vragen. De acceptatie van kinderen is bij inclusief onderwijs onvoorwaardelijk. Als er een probleem is met aanpassing of inpassing is dat nooit een reden een kind weg te sturen. Klik hier voor meer informatie over het verschil tussen ‘passend onderwijs en inclusief onderwijs.  

Lees hieronder over het verschil tussen inclusie en integratie door op de + te klikken.

Van integratie naar inclusie

Er is verschil tussen inclusie en integratie. Dit wordt uitgebeeld door de onderstaande illustratie.

inclusie versus exclusie

Inclusie: iedereen in reguliere klas: De school sluit aan bij de onderwijsbehoeften van alle kinderen uit de buurt, ongeacht hun beperking of de ernst daarvan.

Integratie: speciale klas op reguliere school: Kinderen met een beperking doen mee, op voorwaarde dat de rest van de school zich niet hoeft aan te passen.

Segregatie: speciale school: Kinderen gaan vanwege hun beperking naar een aparte school.

Exclusie: thuiszitters en kinderen met een ontheffing van leerplicht: Kinderen kunnen niet naar een school omdat de school geen passend aanbod biedt.

Het begrip inclusie (letterlijk insluiten) heeft niet alleen een relatie met handicap of beperking. In het onderwijs zijn ook andere groepen leerlingen soms buitengesloten (zoals asielkinderen) of achtergesteld (kinderen met een immigrantenachtergrond of lage sociaaleconomische status gaan los van IQ-niveau vaker naar vmbo dan kinderen van rijkere ouders). Gordon Porter heeft zijn inclusiedefinitie in een recente publicatie verbreed naar: “Inclusief onderwijs is het creëren van leeromgevingen waarin jonge mensen in onze diverse samenleving zich maximaal kunnen ontwikkelen tegelijk met leeftijdgenoten in scholen die geworteld zijn in de lokale samenleving”. Hij voegt hieraan toe dat handicap een belangrijk element is in de discussie.

Als een school consequent en met genoeg middelen werkt aan inclusief onderwijs, komt dat de kwaliteit van het onderwijs in brede zin ten goede. Leerkrachten zijn dan geschoold en gewend en krijgen genoeg ondersteuning om systematisch te werken aan het creëren van goede leeromstandigheden voor alle leerlingen. Er is veel wetenschappelijk onderzoek beschikbaar waarin de voordelen voor leerlingen met én zonder beperking wordt aangetoond. Klik hier voor een Engelstalig overzicht van Thomas Hehir en colleagues van de Harvard Graduate School of Education.

Klik voor de volgende stap of ga terug naar de routekaart/stappenplan.