Stap 5: het begin is er

In Nederland zijn altijd initiatieven geweest, van ouders en van scholen, om leerlingen met een beperking toe te laten. De gedachte dat het goed is als kinderen met en zonder beperkingen met elkaar opgroeien en met elkaar leren, vindt brede weerklank. Een systematisch wijziging van het systeem en een brede erkenning van het onvoorwaardelijk recht van kinderen met een beperking op goed onderwijs in de eigen buurtschool, vond echter tot nu toe niet plaats.

Lees hieronder hoe dit komt door per kopje op de + te drukken. 

Een onzichtbare lijn

Er is altijd een soort onzichtbare lijn getrokken. Reguliere scholen heten kinderen met een beperking welkom zolang het ‘goed gaat’ of zolang het voor de school en de andere kinderen niet te belastend wordt. Ook uit onderzoek van In1school blijkt dat de premisse is dat leerlingen met een beperking welkom zijn, zolang de school niet te veel hoeft aan te passen. De wet en de praktijk gaan er van uit dat een leerling moet passen bij wat de school te bieden heeft of met relatief kleine aanpassingen kan bieden. De leerling past zich aan de school aan. Inclusie veronderstelt het omgekeerde; de school past zich aan bij wat leerlingen nodig hebben (en dit kan per leerling verschillen).

Een verzoek van ouders van leerlingen met een beperking om toegelaten te worden, heeft uiteindelijk effect op de hele school. Dat betekent natuurlijk niet dat ouders het recht hebben te vergen dat scholen zich uitsluitend en helemaal concentreren op hun ene kind. Een school moet werken binnen de mogelijkheden die er zijn. In een situatie waarin geld geen rol speelt, kan ondersteuning worden bedacht waarvan iedereen weet dat het die ene leerling geweldig zou helpen. Maar als het geld ontbreekt of er zijn andere bezwaren, dan moet een oplossing bespreekbaar zijn die wel binnen de mogelijkheden past.

De kern

Blijf bij het zoeken naar zulke compromissen letten op de kern van inclusie: iedere leerling hoort erbij en allen krijgen gelijke kansen op optimale ontwikkeling. Gebrek aan geld of gebrek aan specifieke kennis kunnen dus geen redenen zijn om een leerling te weigeren of weg te sturen. Gebrek aan geld of kennis zijn redenen om te zoeken naar een andere oplossing binnen de school die voor de hele schoolgemeenschap werkbaar is.

Inclusie gaat ook om veel meer dan het bieden van onderwijskansen aan leerlingen met een beperking. Bij inclusie gaat het erom dat een schoolgemeenschap een afspiegeling is van de mensen die rondom de school leven en gelijke kansen biedt aan iedereen: wit, zwart, arm, rijk, gehandicapt of niet, in Nederland opgegroeid of elders. Inclusie draait nooit om die ene leerling, maar om beleid, praktijk en cultuur binnen de hele schoolgemeenschap.