Stap 5: Het begin is er

Ouders van leerlingen met een beperking (of de leerlingen zelf) kunnen heel bang zijn dat een school kan besluiten de leerling door te verwijzen naar speciaal onderwijs. In een systeem waarin speciale scholen bestaan en regelgeving verwijzingen toestaat komt die angst al op bij de aanmelding. De angst dat het kind niet wordt geaccepteerd is groot. Ook als de school het kind wel accepteert is er vaak sprake van voorwaarden; de leerling kan blijven zolang het goed blijft gaan. Elk evaluatiegesprek wordt dan belast. Open spreken over eventuele kwesties die spelen, kan leiden tot de valbijl van verwijzing.

Lees hieronder een aantal stappen die u als school kunt nemen om ouders gerust te stellen door op de + te drukken.

Neem de angst weg
De enige manier om die angst weg te nemen is uit te spreken dat een leerling onvoorwaardelijk op de school kan blijven. Problemen kunnen op tafel komen, maar alleen om te worden opgelost, niet om weg te sturen. Gebrek aan financiering van ondersteuning kan worden besproken, maar kan geen argument zijn om de leerling weg te sturen of niet aan te nemen. Gebrek aan geld is voor andere individuele leerlingen ook nooit een argument.
Bereid de kennismaking voor

Het belang van een goede introductie en sociale begeleiding van nieuwe leerlingen met een beperking kan niet snel worden overschat. Bij een eerste contact met iemand met een beperking kan ongemak ontstaan omdat de aandacht alleen uitgaat naar de beperking of omdat er amper echt wordt kennisgemaakt. Het Parool publiceerde in 2018 een artikel waarin wordt verteld hoe een doof meisje voor het eerst de klas op de middelbare school inkwam: “Dit is Sharon en ze is doof,” zei de leraar. “Ze krijgt een speciale plek vooraan, zodat haar zo min mogelijk zal ontgaan.” Ze voelde de ogen van de horende kinderen op zich gericht. Ze kon gebaren, maar geen kind dat haar zou begrijpen. Zonder tolk moest ze zich goed concentreren om alles mee te krijgen”. Het is goed gekomen met Sharon op de school, maar was er maar een tolk geweest en had de leraar de les maar helemaal besteedt aan de eerste kennismaking.

Gebruik de eerste kennismaking om de leerling te presenteren zodanig dat de aandacht niet alleen op de beperking is gericht, maar op de persoonlijkheid. Een manier om de aandacht niet alleen op die ene leerling te richten is om de hele klas zichzelf te laten presenteren. In Italië wordt een schooljaar in een nieuwe groep gestart door alle leerlingen zichzelf te laten voorstellen aan elkaar: waar hou je van, hoe ziet je gezin eruit, waar droom je van en waar ben je trots op? Als onderdeel van zo’n algemene presentatie kan vervolgens ook aandacht worden besteedt aan de bijzondere aspecten die de leerling met zich meebrengt: bijvoorbeeld dat er een assistent zal zijn, dat iemand moeilijk te verstaan is, hoe je met elkaar kunt communiceren en hoe je elkaar kunt helpen als dat nodig is.

Onderdeel van de groep

Het is cruciaal bij inclusie dat alle leerlingen onderdeel zijn van de groep, de kans krijgen om te leren met elkaar en op basis van dat samen zijn en gezamenlijke activiteiten de kans krijgen vriendschappen te ontwikkelen. Bij leerlingen met een beperking is er het risico dat de ondersteuning (bijvoorbeeld in de vorm van een klasse-assistent) de leerling te veel afzondert van de rest. Kinderen leren veel van elkaar (gedrag maar ook cognitie) op een informele manier. Dat ontstaat alleen als ze naast elkaar zitten en naast elkaar werken zonder een volwassene ertussen. Een leerling de klas uithalen voor therapie of extra lessen, verstoort ook dat informele samen leren en geeft het kind een uitzonderingspositie. Zorg dat ondersteuning zo wordt georganiseerd dat de leerling altijd in de klas kan zijn en meedoet met groepsactiviteiten en klassikale instructie.

Het uitgangspunt bij inclusie is dat kinderen met een verstandelijke beperking worden ingedeeld bij leeftijdgenoten. Soms wordt bij leerlingen met een verstandelijke beperking gezegd dat ze op een niveau functioneren van een ...-jarige (en dan volgt een lage leeftijd om uit te drukken dat ze een laag kennisniveau hebben vergelijkbaar met jongere kinderen). Voor kinderen met een verstandelijke beperking wordt daarom soms besloten ze lang te behandelen als jonge kleuters. Die benadering houdt de kinderen tegen in hun ontwikkeling omdat er bij voorbaat weinig verdere ontwikkeling wordt verwacht. Bij kinderen die langzaam leren, kan niet eindeloos worden gezegd een klas over te doen. Een betere benadering is om iedereen in principe ‘over’ te laten gaan volgens kalenderleeftijd en rekening te houden met verschillende leerniveaus binnen groepen.