Stap 3: Inventarisatie

Geinspireerd door teambijeenkomsten, sprekers en wellicht een studiereis, kan het leiderschapsteam aan een volgende stap beginnen. Hoe ver is de school al op weg naar inclusief onderwijs?

Maak een systematische diagnose van de situatie in de school. Een hulpmiddel daarvoor is de Index voor Inclusie. De index inventariseert de stand van zaken binnen een school op drie domeinen: beleid, praktijk en cultuur. De index begint met vragen die de school zichzelf stelt. Wie de index te uitgebreid vindt, kan zelf beginnen met vragen stellen op de drie domeinen beleid, praktijk en cultuur.

Lees hieronder welke inventarisatie stappen je kunt nemen om een volledig beeld te krijgen door op de + te drukken. 

Het beleid

De eerste vraag is dan: wat voor beleid heeft de school nu als het gaat om het accepteren en ondersteunen van leerlingen met een beperking? Check de eigen schoolgids en website. Wat staat er over ‘zorgleerlingen’? Met invoering van passend onderwijs is de verplichting gekomen voor basis- en middelbare scholen om een ondersteuningsprofiel op te stellen. Controleer dat ondersteuningsprofiel van de eigen school. Staat daarin dat alle leerlingen ongeacht beperkingen worden geaccepteerd? Of gelden er voorwaarden? Een paar willekeurige voorbeelden: veel basisscholen stellen de voorwaarde dat kleuters (ook met een beperking) zindelijk moeten zijn voordat ze kunnen worden toegelaten. Andere scholen vermelden dat ze zich vooral richten op kinderen die hoogbegaafd zijn. Om elk misverstand uit te sluiten; voorwaarden stellen bij soort of ernst van een beperking bij toelating tot een school, strookt niet met inclusief onderwijs.

Bij de inventarisatie van beleid kijk je ook naar beleid voor ondersteuning van leerkrachten en leerlingen. Is er sprake van een systeem binnen de school voor het nadenken over en toewijzen van ondersteuning in de klas? Hoe wordt bijvoorbeeld bepaald of een leerkracht extra handen in de klas krijgt? Hangt dat af van de ondersteuningsbehoefte van een leerling, de toekenningsvoorwaarde van jeugdzorgbudget of speelt de dynamiek in de groep een rol?

Is er een scholingsprogramma voor leerkrachten? Kiest elke leerkracht zelf zijn scholingsdagen uit of worden de doelen van het scholingsprogramma bepaald door de visie van de school? Een actiepunt kan straks zijn om scholing voorlopig helemaal te richten op het aanleren van vaardigheden voor inclusief onderwijs.

De financiën

Geld is een belangrijke voorwaarde om beleid uit te kunnen voeren. Heeft de school budget bovenop de basisbekostiging per leerling om ondersteuningstaken uit te voeren? Zijn er afspraken gemaakt binnen het samenwerkingsverband over de verdeling van ondersteuningsbudgetten over de scholen? Is extra budget gekoppeld aan leerlingen met een beperking (zorgarrangementen) of krijgen alle scholen binnen het samenwerkingsverband evenveel uitgekeerd, ongeacht de vraag hoeveel leerlingen met een beperking ze aannemen? Vergelijk de bedragen die beschikbaar zijn in zorgarrangementen eens met het budget dat een samenwerkingsverband jaarlijks moet betalen zodra een leerling wordt verwezen naar een ZMLK-school (8237 euro) of naar een school voor kinderen met meervoudige beperkingen (21367 euro).

Als het gaat om praktijk zijn (onder meer) volgende vragen van belang:
Worden les strategieën die van belang zijn voor inclusief onderwijs toegepast, zoals co-teaching, coöperatief leren, peertutoring (leerlingen werken samen en leren elkaar leren) en gedifferentieerde instructie?

Zijn er leerlingen met een beperking of een leerprobleem waarvoor extra ondersteuning is geregeld en hoeveel zijn het er? Is dat [1] aandeel proportioneel? Zijn voor alle leerlingen die extra ondersteuning krijgen individuele onderwijsplannen gemaakt? Zijn die individuele plannen in lijn met de visie op inclusie? Krijgt een leerling met een ernstige beperking bijvoorbeeld altijd apart begeleiding en instructie of wordt ervoor gezorgd dat hij of zij altijd deel kan nemen aan het lesprogramma van de groep?

Hoeveel extra financiële middelen zijn beschikbaar bovenop de basisfinanciering per leerling? Zijn er ook middelen beschikbaar voor verzorging en extra toezicht (beschikbaar vanuit jeugdzorgmiddelen en de Wet Langdurige Zorg). Helpt de school bij het aanvragen van jeugdzorgbudget (ouders moeten dat aanvragen namelijk)?

De cultuur

Dan is het tijd om te checken hoe ver de school is met het creëren van een inclusieve cultuur. Daarbij helpen vragen als: hoe zorgt de school dat iedereen zich welkom voelt (leerlingen, ouders en teamleden)? Hoe worden nieuwe leerlingen en nieuwe teamleden welkom geheten. Is er een ritueel of introductie? Is de ontvangstruimte uitnodigend? Is het gebouw toegankelijk voor iedereen? Is informatie makkelijk leesbaar voor iedereen? Is de samenstelling van het bestuur en het team een afspiegeling van de bewoners in de buurt? Worden leerkracten en leerlingen gestimuleerd om samen te werken en elkaar te helpen? Wordt vriendschap gestimuleerd, ook voor leerlingen die risico lopen geïsoleerd te raken? Hebben teamleden, leerlingen en ouders het gevoel dat de school van hen is? Wordt er respectvol omgegaan met verschillen? Worden leerlingen met en zonder beperking op dezelfde manier bejegend? Worden er hoge verwachtingen gesteld aan alle leerlingen? Worden leerlingen getoetst om afgerekend te worden of hun kwaliteiten en beperkingen of worden ze getoetst om te zien hoe ze verder kunnen worden geholpen met hun ontwikkeling?

Merk je bij de inventarisatie dat je eigenlijk al veel dingen eerder had willen veranderen, maar kom je regels tegen of gewoontes die dat verhinderen? Beschrijf die ook. Het geeft allemaal voeding voor het actieplan.

Gebruik tenslotte een checklist om te zien hoe ver de school is met de systematische veranderingen naar inclusie.

De volgende stap: Actieplan.