Goed onderwijs; toch al geregeld?

Kinderen met een beperking worden in Nederland gelijk behandeld en hebben dan toch ook recht op goed onderwijs net als kinderen zonder beperking? Het is inderdaad zo dat ons rechtssysteem wettelijk erkent dat ieder mens gelijkwaardig is. We hebben het vastgelegd in artikel 1 van de Grondwet: “allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.” Het principe is ook vastgelegd in door Nederland onderschreven internationale verdragen, zoals het VRPH; het Verdrag inzake ondersteuning van mensen met een handicap. Veel scholen zijn niet toegankelijk voor gehandicapte leerlingen.

Mensen met een handicap kunnen niet overal in of naartoe omdat er onvoldoende rekening wordt gehouden met een handicap: een rolstoel, blindheid, doofheid, verstandelijke beperking, moeheid vanwege chronische ziekte. Ook in het onderwijs zijn er problemen. Een paar voorbeelden daarvan:

  • Een klaslokaal heeft een standaardmaat en onderwijsfinanciering zet aan tot een bepaalde groepsgrootte, waardoor het zo vol is dat een rolstoeler amper kan draaien. Een lift is in oudere schoolgebouwen niet aanwezig.
  • Het merendeel van de scholen is ingesteld op wat een gemiddelde leerling nodig heeft: het lesprogramma is afgestemd op een gemiddeld IQ-niveau zodat leerlingen die hoogbegaafd zijn of bijvoorbeeld Downsyndroom hebben, er verloren bij kunnen zitten.
  • Geen van de leerkrachten leert gebarentaal voor het geval er een dove leerling is, enzovoorts.

Meedoen als ieder ander betekent voor leerlingen met een beperking dat de school in brede zin meer toegankelijk wordt gemaakt (groter en meer ruimten, lift) en dat voor individuele leerlingen extra ondersteuning nodig is (zoals bijvoorbeeld een zorgassistent, gebarentolk of aangepaste leerlijn).

Lees verder bij Ondersteuning op school.