Vooroordelen

Bij de voorgaande stap (Stap 4: Ondersteuning op shool) hebben wij  beschreven dat kinderen met een beperking ondersteuning nodig hebben om volwaardig mee te kunnen doen op school en dat die ondersteuning vaak alleen in speciaal onderwijs te krijgen is. Dan lijkt het alsof inclusief onderwijs een kwestie is van organiseren. We hebben een systeem laten ontstaan van reguliere en speciale scholen waar extra ondersteuning is. Al wat moet worden gedaan is de ondersteuning overbrengen naar gewoon onderwijs.

Dat idee is een tikje naïef. Er spelen twee zaken mee die vaak onbenoemd blijven. De eerste is dat we vaak ongemakkelijk zijn bij mensen met een beperking en dat we vooroordelen hebben. We vinden ze ‘beperkt’, niet zo goed als ‘wij’ (het oude woord invalide betekent minder waard); soms lastig en bedreigend (‘verwarde personen’), en duur (de Nederlandse regering heeft een wettelijk recht op gelijke behandeling jarenlang afgewezen als ‘te duur’). Bij kinderen met een verstandelijke beperking is er het vooroordeel dat ze niet of nauwelijks kunnen leren, dus waarom zou je ze op school toelaten of, als je ze toelaat, lang laten leren?

Veel mensen reageren ongemakkelijk op mensen met een beperking. Ze zijn er niet mee vertrouwd. Uiterlijk en gedrag kan zo afwijken van de norm dat mensen staren, afschuw voelen of ongepaste nieuwsgierigheid oproepen. Soms keren mensen zich af (vanuit het idee: ik weet niet wat ik moet zeggen), soms reageren mensen wel maar dan met opmerkingen die ongepast zijn. Dan komen er opmerkingen als: “wat is er met haar?” Of: “hebben jullie geen abortus overwogen?” Of (tegen ouders wijzend naar het kind naast hen): ”wat zwaar voor jullie” Of (tegen het gezelschap van iemand in een rolstoel): “en wat wil hij drinken?” Veel opmerkingen zijn ongemakkelijk of ongepast, omdat ze uitsluitend gericht zijn op de handicap, omdat de handicap als negatief wordt gezien en omdat ze de persoon met een handicap negeren. Wil je weten wat je nooit moet zeggen tegen mensen met een handicap? Kijk hier en hier.

Wil je weten wat je wel kunt zeggen? Meestal volstaat: “Hallo, hoe is het met je?”. Kijk hier voor andere tips.

Vooroordelen bestrijden op school begint met erkennen dat iedereen ze heeft (jij dus ook). De beste manier om ermee om te gaan is in gesprek te gaan met mensen over wie het gaat. Maak kennis met kinderen met een beperking. Vraag ouders van jonge kinderen met een handicap wat ze verwachten van een school. Nodig jongeren uit die blind zijn, doof, in de rolstoel rijden, een laag IQ hebben of een psychische aandoening hebben. Vraag wie ze zijn, wat ze verwachten van het leven, wat ze doen en tegenkomen en hoe ze hun schoolloopbaan hebben ervaren.

Klik hier om meer te lezen over de keuze regulier of speciaal: Doel onderwijssysteem