1 op 4 jongeren in Nederland heeft een chronische aandoening

1 op 4 jongeren in Nederland heeft een chronische aandoening

Op 8 april tijdens het ‘Krachtpatsers’ event van Fonds Nuts Ohra (FNO) zijn de resultaten van het onderzoek naar het perspectief voor jongeren met een chronische aandoening door Ingrid van Engelshoven, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in ontvangst genomen. Voor het eerst hebben FNO en het Verwey Jonker Instituut het aantal kinderen en jongeren – van 0 tot en met 25 jaar – met een chronische aandoening in kaart gebracht. Met 1,3 miljoen ligt dit aantal veel hoger dan geschat werd. Uit het rapport blijkt ook dat het schort aan ondersteuning op school. Veel van deze jongeren hebben geen of slecht toegang tot regulier onderwijs, terwijl zij hier op grond van het VN-Mensenrechtenverdrag Handicap wel recht op hebben.

TOEGANG TOT ONDERWIJS ONVOLDOENDE GEWAARBORGD

Kinderrechtenorganisatie Defence for Children heeft tijdens dit event de positie van jongeren met een chronische aandoening en hun recht op onderwijs belicht. Veel jongeren met een chronische aandoening krijgen geen toegang tot regulier primair en voortgezet onderwijs. Ook toegang tot vervolgonderwijs is voor hen niet vanzelfsprekend. Op grond van het VN-Mensenrechtenverdrag Handicap heeft ieder kind in Nederland recht op onderwijs in een inclusief onderwijssysteem en op basis van het VN-Kinderrechtenverdrag moet de overheid zorgen dat dit systeem gebaseerd is op gelijke kansen. Maar wat betekent dit precies? Wanneer is onderwijs nou écht inclusief? Bij de workshop ‘Samen op weg naar inclusief onderwijs’, zijn minister van Engelshoven en de voorzitter van het FNO Jongerenpanel Bente van Oort aanwezig.

KANSENGELIJKHEID

Onder leiding van José Smits, adviseur van platform In1school, wordt het publiek uitgenodigd mee te denken over hoe inclusief onderwijs bewerkstelligd kan worden. Ervaringsdeskundige jongeren delen tijdens de workshop hun ervaringen in het onderwijs, waarna minister van Engelshoven de kansenongelijkheid bespreekt die in Nederland bestaat. Kinderen met een chronische aandoening vallen volgens haar ook onder de groep die hiermee te maken heeft. Om hier een einde aan te maken, moet gekeken worden naar de individuele leerling en hoe het onderwijs zo aangepast kan worden dat hij of zij mee kan doen. Van Engelshoven: “Kinderen met een chronische aandoening zouden niet steeds zelf om hulp moeten vragen, maar juist gevraagd moeten worden: wat heb jij nodig?”

Meer lezen over het perspectief van jongeren met een chronische aandoening? Bekijk het volledige rapport hier.