Rapport: Centrale thema’s in de evaluatie passend onderwijs #1

Rapport: Centrale thema’s in de evaluatie passend onderwijs #1

Evaluatie Passend Onderwijs publiceerde vorige maand het rapport ‘Centrale thema’s in de evaluatie passend onderwijs. Deel 1’. Het rapport is gebaseerd op onderzoek van Evaluatie Passend Onderwijs waarin de volgende thema's sterk naar voren; de uitwerking van de zorgplicht, het ontlasten van ouders en het voorkomen van thuiszitters.

ZORGPLICHT

Sinds 2014 is de zorgplicht passend onderwijs van kracht voor het primair en voortgezet onderwijs, inclusief het speciaal onderwijs. Uit het onderzoek blijkt dat scholen en besturen zich bewust zijn van hun nieuwe taken, waarmee de verantwoordelijkheden duidelijker zijn toebedeeld dan voorheen. Door de invoering van de zorgplicht kunnen scholen nu makkelijker voldoen aan kleine ondersteuningsvragen zonder dat dit extra bureaucratie oplevert.

ONTLASTEN

Voor ouders is het echter niet altijd duidelijk wat zij van scholen kunnen vragen en/of mogen verwachten. Uit het onderzoek word ook niet duidelijk of de zorgplicht ouders nu meer ontlast dan vroeger. Wel komt er duidelijk naar voren dat het erg belangrijk is dat een kind oprecht welkom is op school. Ouders houden daarom graag de regie in eigen handen en ‘shoppen’ bij meerdere scholen.

Hier schuilt ook een gevaar, want tijdens deze oriëntatie kunnen scholen ouders verwijzen naar andere scholen, om zo onder de zorgplicht uit te komen. De zorgplicht geldt namelijk pas als een kind daadwerkelijk is aangemeld bij een school. Directeuren van samenwerkingsverbanden geven aan dat het overwegend goed gaat met de uitvoering van de zorgplicht. Toch geeft 33% van hen aan dat scholen vooraf rekening houden met het eventueel aanspreken van de zorgplicht en waren er in 2017 nog gevallen van zorgplicht ontwijking.

THUISZITTEN

Sinds de invoering van de zorgplicht is er nog geen daling in het aantal thuiszitters te zien. Samenwerkingsverbanden proberen thuiszitten te voorkomen door steeds vaker met proefplaatsingen te werken. Hierdoor zijn scholen sneller bereid om een leerling met een ondersteuningsbehoefte aan te nemen. Dit heeft echter nog niet tot daling van de cijfers geleid.

Uit het onderzoek blijkt daarnaast dat de kans op terugkeer in het onderwijs samenhangt met de duur van het thuiszitten. Als het thuiszitten minder dan drie maanden duurt lukt het vaak beter om de weg naar het onderwijs weer terug te vinden dan als het om een langere periode gaat. Snelle interventie is dus noodzakelijk en daarom is het belangrijk dat het samenwerkingsverband al in een vroeg stadium betrokken is bij de casus.

Nu er een periode met passend onderwijs gewerkt wordt, zien we dat men erachter komt dat niet alles automatisch zo werkt zoals het bedacht was. Het decentrale beleid zorgt voor ruimte en eigen invulling door samenwerkingsverbanden op lokaal niveau. Maar zorgt er ook voor dat de onduidelijkheid bij ouders toeneemt terwijl deze juist moet afnemen. En zo werkt het één voor een soepelere organisatie terwijl het ander de organisatie juist bemoeilijkt.