Lettergrootte - +
Contrast - +

Astrid blogt: Neem de veerboot!

“Op de Waddeneilanden wordt geen enkel kind naar een speciale school gestuurd!” roept een deelnemer tijdens de pauze van de masterclass ‘eindelijk weer samen naar school?’. We zijn in Harlingen op de reguliere Sint Michaëlschool, waar Jo Hermanns, emeritus hoogleraar opvoedkunde, een pleidooi houdt om kinderen met een beperking in het reguliere onderwijs te houden. Iets wat op deze school lukt voor kinderen met gehoor-taal en spraakproblemen door de nauwe samenwerking met Kentalis.

Die ene zin waait mijn rechter oorschelp binnen en haakt zich vast in mijn brein. Ik hoor even niets meer en denk: natúúrlijk kunnen kinderen op de Waddeneilanden niet dagelijks naar ‘de Vaste Wal’ om een speciale school te bezoeken. Ik zag het al voor me: ’s ochtends vroeg met het taxivervoer, via verschillende ophaalpunten, op weg naar de haven. Daar aangekomen hopen dat je op tijd bent voor de veerboot. Eenmaal op het vaste land met de taxi nog wat kinderen oppikken in omliggende dorpen, om uiteindelijk op de speciale school in de speciale stad aan te komen. Na een volwaardige reis kan je schooldag beginnen! ’s Middags na 3 uur mag je terug, het hele end. Hopelijk is het weer dan niet omgeslagen. De volgende dag herhaalt zich dit ritueel. En de dag daarna. En daarna.

Ik hoor nu iemand lachend roepen: “We kunnen Harlingen gewoon als een eiland zien!”
Inderdaad denk ik. Harlingen een eiland. Elke stad een eiland. Elk dorp een eiland. Waar oplossingen binnen het reguliere onderwijs gezocht moéten worden voor kinderen die moeilijker leren. Het laat me niet meer los. Als wij in Nederland de ervaring hebben om alle kinderen in het reguliere onderwijs te houden op onze mooie Friese Eilanden, wat doen we dan met die kennis op de Vaste Wal?

De pauze is voorbij en Hermanns windt er geen doekjes om: onderzoek wijst uit dat speciaal onderwijs weliswaar een veilige haven biedt voor veel kinderen, maar onvoldoende zorgt dat jonge mensen ná hun schoolperiode aan de bak komen. Te veel jongeren die gewend zijn aan de beschermende omgeving van het speciaal onderwijs hebben daarna de grootste moeite om deel te nemen aan de maatschappij. Onderzoek wijst ook uit dat jongeren met beperkingen, die het reguliere onderwijs wél hebben gevolgd, makkelijker hun weg vinden in de samenleving. Hij haalt de Inspectie aan die recentelijk over het voortgezet speciaal onderwijs schrijft: ‘Zorgwekkend is het aantal schoolverlaters dat meteen al uit beeld is of dat er niet in slaagt verder te leren of aan het werk te gaan.’

Hermanns verhaal wordt tevens bevestigd door een deelneemster aan de masterclass, een jonge vrouw, die het speciale onderwijs heeft gevolgd vanwege haar gehoorproblemen en lange tijd moeite heeft gehad (en heeft), om zich aan te passen aan de echte wereld. “Ik weet soms niet hoe ik me moet gedragen tussen mijn leeftijdsgenoten en weet dat ik te kinderlijk kan overkomen.”

“We zijn heel zorgzaam,” zegt Hermanns. “Zo zorgzaam dat 500.000 kinderen een indicatie hebben voor een vorm van jeugdhulp. Voor één op de vijf jonge mensen hebben wij iets ‘speciaals’ georganiseerd. Er gaan miljarden in om.” “We hebben de aanname dat er altijd een professional bij moet komen om dingen op te lossen. Jonge mensen hebben daardoor steeds meer het idee dat ze dingen niet kunnen, maar ook dat ze dingen niet hoéven te kunnen.” Hij vindt dat we veel meer moeten investeren in wat jonge mensen wél kunnen, in een alledaagse pedagogische aanpak die hoort bij het gewone leven.

Nog niet lang geleden heb ik de documentaire ‘Alicia’ gezien. Een meisje dat wegens familieomstandigheden de jeugdhulp binnenkomt en na jaren ‘institutionele goedbedoelendheid’ boordevol etiketten én gemangeld in een gesloten jeugdhulpinstelling belandt. Mischa de Winter, hoogleraar pedagogiek, geeft zijn kijk op deze schrijnende documentaire wat eigenlijk hetzelfde is als wat Hermanns zegt: het is noodzakelijk dat de ondersteuning van jonge mensen veel meer terecht komt in hun dagelijkse, gewone leven. Thuis en op de school in hun eigen buurt. Op een manier waardoor jonge mensen zich blijvend kunnen ontwikkelen, meedoen, plezier hebben en zich waardevol voelen. Hopelijk, mijmer ik dan, gebeurt dit op de Waddeneilanden al vanzelfsprekend.

Zodra ik thuiskom google ik ‘speciaal onderwijs op de Waddeneilanden’ en blijkt dat ‘passend onderwijs’ daar al 30 jaar bestaat en er - op een uitzondering na - geen speciale scholen zijn. Misschien hoeven we dan niet meer naar Scandinavië, Oostenrijk, Canada en Nieuw-Zeeland voor goede voorbeelden van inclusief onderwijs – maar kunnen we gewoon de veerboot nemen in Harlingen om te kijken hoe eilanders het recht en de noodzaak op regulier onderwijs vorm geven.

Astrid is als deskundige op gebied van de inclusieve samenleving verbonden aan In1school. Zij is onderzoeker en schrijver van het magazine ‘Zo kan het ook scholen’, vertaler van de eerste 2 publicaties van Index voor Inclusie en werkt al jarenlang als adviseur, onderzoeker, trainer en procesbegeleider aan inclusie in het onderwijs, welzijn en zorg.

Leave a comment

You are commenting as guest.