Stap 1: Vorm een team

Als een school een aanmelding krijgt van een leerling met een beperking, is er doorgaans eerst een kennismaking tussen ouders en directeur of afdelingsleider. In dat eerste kennismakingsgesprek spreken ouders en directeur ongetwijfeld over de leerling, wat de beperking is en wat de gevolgen daarvan zijn en natuurlijk over de school, het lesaanbod en de manier van werken.

Lees hieronder meer over welke stappen je als school kunt nemen bij de aanmelding van een leerlingen met een beperking door op de + de drukken. 

De kennismaking

Inpassing van de leerling hoeft niet altijd ingewikkeld te zijn, ook niet als de leerling een beperking heeft, maar er zijn gevallen waarin meer denkwerk is geboden. Stel je bijvoorbeeld voor dat er een leerling bij komt die voorheen was vrijgesteld van leerplicht, die motorische problemen heeft, van wie niet echt duidelijk is wat de leerling begrijpt en die niet eerder onderwijs heeft genoten? Of een jong kind met Downsyndroom, 4 jaar die wordt aangemeld voor de kleutergroep. Dan gaat het niet alleen om de vraag bij wie het kind in de klas komt, maar ook, wat doe je in de klas? Denk hierbij aan vragen als: hoe pas je het lesprogramma aan, hoe zorg je voor ADL-assistentie, hoe introduceren we de leerling bij de andere kinderen, hoe gaat iedereen, leerkracht en klasgenoten, om met iemand die bijvoorbeeld niet praat, welke expertise is nodig en waar halen we dat vandaan?

Een team samenstellen

Een eerste stap is om na de eerste kennismaking een team samen te stellen. In dat team zit de directeur of afdelingsleider van de school, de leerkracht waar de leerling komt, iemand van het team dat zorgt voor ondersteuning (die op de basisschool vaak intern begeleider heet) en altijd ook de ouders van de leerling en afhankelijk van de leeftijd, de leerling zelf. Andere teamleden kunnen bijvoorbeeld leerlingen uit de klas zijn waar de leerling bij komt en zo mogelijk ook andere betrokken professionals (een logopedist bijvoorbeeld).

Het is bewust een breed team. Dat hoeft niet te betekenen dat er veel moet worden vergaderd of dat de school zeggenschap uit handen geeft. Een breed team betekent dat iedereen vanuit eigen kennis en ervaring informatie kan geven en met elkaar kan brainstormen over wat de beste aanpak is. Het team kan in latere fasen of voor specifieke vragen worden uitgebreid. Wil het team bijvoorbeeld praten over hoe een leerling sociaal wordt opgevangen in de groep? Vraag er dan vooral medeleerlingen bij en laat hen meepraten en idee├źn aanleveren.

Een volgende stap is voor het nieuwe team is: visieontwikkeling.